Lofrede bij de uitvaart van DIETZE WIJNGAARDS-VAN HOESEL

Het leven is een mysterie. God is het diepste woord dat we over het mysterie van ons eigen leven kunnen spreken. God is de naam voor ons diepste ‘ik’, voor de bron van het oneindig Goed waarin ons ik ontspringt. Moeder wist dat. Moeder voelde aan dat de oorsprong van haar individualiteit, zoals die van ons ieder, in God ligt. Hoe zullen we haar ooit volkomen kunnen begrijpen?

Ofschoon wij Moeder zullen missen, hoeven wij om haar niet uitzichtloos te treuren. Moeders leven was geen mislukking. Zij heeft belangrijke taken af kunnen maken. Zij voelde zich gelukkig in haar betrekkingen en vriendschappen. Zij heeft liefde gegeven en liefde ontvangen. Zoals zij zelf zei, was zij klaar om dit leven af te ronden en een nieuwe faze te beginnen.

Dit wil niet zeggen dat moeite en pijn haar bespaard zijn gebleven. Zij heeft nooit de angsten vergeten van haar jeugd, de zorgen van haar ouders om negen kinderen op te voeden op een heel klein salaris, zorgen die Moeder deelde omdat zij de oudste was. De strengheid van haar Vader en de vernederende armoede hebben haar nooit losgelaten. Op Zondag achter een pilaar moeten zitten omdat je de banken-pacht niet kunt betalen. Bij je klasgenoten om een schoolboek bedelen omdat je zelf de prijs van 10 cent niet kunt bekostigen. Een jeugd vol liefde, maar ook vol zorgen.

Toen: haar huwlijk met Vader en wat zijzelf noemde het beangstigend avontuur in Indonesië. Carel werd in Soerakarta geboren, Niek en ik in Soerabaia, Aloys in Malang. Een nieuw land met verre horizonten. Ook een klimaat dat Moeder niet goed aankon, zozeer niet dat artsen Vader aanrieden een betrekking te zoeken in Nederland. Toen dat tijdens het verlof vlak voor de oorlog niet lukte, toch weer terug naar Indonesië. Pearl Harbour. Vader onder dienst. De Jappen bezetten Java. De kamptijd. Moeder alleen met vier kinderen van een tot zes jaar oud. Honger. Alles kwijt. Geen nieuws
van Vader. Jaren van spanning waar Moeder nooit over kon praten zonder er een nacht slapeloos van te blijven.

Hoe vaak heb ik gelopen
de duistere tunnel van mijn vrees,
de beklemming van mijn eenzaamheid?

Na de oorlog begon zij met Vader in Nederland het gezin te herbouwen. Er bloeide een nieuwe lente en frisse hoop. De geboorte van Guus was daar een uitdrukking van. Geleidelijk begon het tij te keren. Vader kreeg een betere betrekking. De financiële mogelijkheden werden ruimer. Wij jongens kozen onze richting in het leven. Tiny, Nelleke en Hilde sloten zich aan bij de familie elke keer een grote vreugde voor Moeder. De eerste kleinkinderen werden geboren.

Moeder leefde voor haar gezin. Zij genoot van haar samenzijn met Vader. Onder haar broers en zussen bleef zij de oudste, bezorgd om ieders lief en wee. Moeder zei altijd: “Ik hou evenveel van ieder van mijn kinderen en kleinkinderen.” Wij hebben allemaal op onze eigen manier haar zorg en liefde ondervonden. Zij waardeerde ook de hulp en belangstelling die ieder van ons op eigen wijze haar kon verlenen.

Zij zei vaak: “Ik weet ik ben niet de gemakkelijkste. Daarom ben ik zo blij dat ik toch met iedereen zulk goed kontakt heb.” Moeder meende dat en sprak er dikwijls over. “Waar leef ik voor zo niet om degenen waarvan ik hou, gelukkig te zien en hun geluk te delen?” Moeders tevredenheid en vreugde over het gezin was een van de redenen waarom zij klaar was om te sterven. En vandaag wenst zij ieder van ons het beste toe, ook haar geliefde kleinkinderen: Niekjaap, Wouter, Juliet, Martijn, Leoniek, Maaike, Roelant en Aloys Junior.

Moeder geeft ons ook iets mee: haar innerlijke kracht, haar gevoel van rechtvaardigheid en haar diep geloof.

Moeder was een zelfstandige persoonlijkheid die wist wat zij wou. Zij had de gave van organizatie. Zij kon goed vooruit zien en was nooit bang om kloeke stappen te ondernemen. Vader zei wel eens: “Je had moeder overste van een groot klooster moeten worden of manager van een internationaal hotel.” Daar klonk scherts doorheen, maar ook bewondering. Op vele kritische momenten heeft Moeder Vader onmetelijk geholpen door drastisch in te grijpen. Toen een uitgever het manuskript van Vaders Kunstgechiedenisboek met negatieve beoordelingen terugstuurde, zond Moeder het met een begeleidende brief naar een andere uitgever voor Vader terugkwam uit
school. Vaders kommentaar was: “Dat had ik nooit gedurfd!” Het boek werd uitgegeven en genoot veertien oplagen.

Haar hele leven lang heeft Moeder gevochten om gelijke rechten voor de vrouw. Zij voelde het diep dat zij als meisje niet mocht verder studeren omdat zij maar een meisje was. Uit eigen belangstelling leerde zij moderne talen, verwierf een diploma in Esperanto en studeerde Maleis met Vader. In Soerabaia beheerde zij voor de Melania Stichting scholen voor inlandse meisjes. In de kerk verzette zij zich tegen iedere vorm van diskriminatie tegen de vrouw. Zij weigerde resoluut iets te doen te hebben met kerkgang, de rituele reiniging van een moeder na het baren zoals vroeger gebruikelijk was.

Zi j voerde een vinnig twistgesprek met Dr. Lucas Brinkhof, een Franciskaan die lid was van de internationale kommissie voor liturgische vernieuwing. Het ‘orate fratres’ van vroeger was in het Nederlands met “bidt broeders” vertaald. “Als je dat zegt”, zei Moeder, “dan horen wij vrouwen er niet bij!” Brinkhof verdedigde de vertaling door te zeggen dat de Iiturgische uitdrukking ‘broeders’ vrouwen ook insloot. “Volmaakte onzin!”, zei Moeder. Een paar dagen later was Moeder er bij toen Brinkhof mis las. Zijn gezicht werd vuurrood en hij kon zich het ‘bidt broeders’ niet over de lippen krijgen. Kan het zijn dat dit voorval er toe heeft bijgedragen dat kort daarna de kommissie een instruktie uitvaardigde voor de hele wereld die uitdrukkelijk vermeldde dat in liturgische oproepen zowel vrouwen als mannen aangesproken moeten worden?

Moeder bezat een diepe en persoonlijke gelovige overtuiging. God was belangrijk in haar leven en zij zette haar verstandhouding met hem om in praktische geestelijke waarden. Bij het zoeken naar een huis in Utrecht, en later in Nijmegen, was de nabijheid van een kerk een doorslaggevende faktor om het bijwonen van de dagelijkse mis mogelijk te maken. Moeder was begaan met theologie. Zij stond volledig achter het Tweede Vatikaanse Concilie omdat eigentijdse vernieuwingen, volgens haar, het wezenlijke van het geloof beter uitbrengen.

Moeder hield van ruime uitzichten. Zij genoot van wetenschappelijke dokumentaires, of die nu gingen over oudheidskunde, onderzoekingen in het heelal of ontdekkingen in de oerwouden van Brazilië. En dat bracht haar tot God.

Ik herinner mij ons kijken naar de sterrenhemel in kamp Solo wanneer wij ons in gebed met Vader verenigden. Of het uitwaaien op het strand in Zandvoort langs de onstuimige zee. Of ons wandelen in het bos bij Rennen Enk toen zij mij vertelde: “Zie, deze boom noem ik de Puist. En dat daar is de Knuffel – daar zie ik vaak een eekhoorntje om een tak heen loeren. En kijk eens naar die keien. Dit is net een wieg, en dat als een schip. Wat is de wereld toch een wonder!

Wij hangen in God. Het allerdiepste en allerrijkste waarin wij rusten, daar vinden wij God. Moeder heeft dat begrepen. Zij heeft er met mij enthousiast over gesproken bij het lezen van mijn boek “God Within Us”. Zij is nu terug bij God, haar oorsprong en haar diepste ik. Wij kunnen er zeker van zijn dat zij daar gelukkig is. Want God is liefde.

Hans Wijngaards — Juli 1989

Zie ook:

  1. Fotoalbum van Moeder
  2. Gedachtenis (Nederlands)
  3. Honour page (English)